Selecteer een pagina
Tijdbalk

30 momenten uit de geschiedenis van Bennekom over een periode van ongeveer 4000 jaar.
Samengesteld door Wim Cromwijk

  1. 2000 v.C.

    Grafheuvel
    Grafheuvels duiden op menselijke bewoning. Vooral als in die heuvels, zoals bij Lunteren, het silhouet van een lijk wordt aangetroffen of zoals ook in Bennekom er klokbekers worden gevonden, die een voor de streek en de tijd min of meer karakteristieke vorm hebben.
    De Bennekomse grafheuvels worden gedateerd in de periode 2100-1300 v.C.
    Hoewel de heuvels in de loop der tijd moeilijker zichtbaar worden door afvlakking en door bomengroei, probeert men dat een beetje te compenseren door de bomen op de heuvels te verwijderen.
    Bron:
    Jelle Vervloet, Een lange geschiedenis: reliëf, bodem, vegetatie en eerste bewoners in:
    Dit is Bennekom, verleden, heden en toekomst van een bijzonder dorp.(2006) p 12-34
    Locatie:  Aan het einde van de Hullenberglaan na laatste woning aan de rechterzijde, bospad rechtsaf ca.100 m.bevinden zich enkele grafheuvels.
    De klokbeker is te zien in museum Valkhof in Nijmegen.

  2. 780

    Waterput
    Aan de Dorpsstraat werd een waterput gevonden, bestaande uit een uitgeholde eik. Met de zogenaamde C14 methode kon deze worden gedateerd op rond 780 na Chr.
    Scherven in en naast de put wijzen op een zelfde ouderdom. Men zou kunnen stellen dat de bewoning terugkeerde op een oude plek. Hier zijn namelijk talrijke resten uit de IJzertijd tevoorschijn gekomen.
    Ook de naam van het dorp geeft een aanwijzing in die richting. De oudste vorm, overgeleverd in een oorkonde uit 1105 luidt Berenchem, vermeld in de persoonsnamen Lubertus en Gozelinus van Berenchem. Deze zogenaamde heem-naam, die de woonplaats van de lieden (afstammelingen) van Bero betekent, duidt op een ontstaan tussen 500 en 1000 na Chr.
    Bron:
    Jelle Vervloet, Een lange geschiedenis: reliëf, bodem, vegetatie en eerste bewoners. in Dit is Bennekom, verleden, heden en toekomst van een bijzonder dorp.(2006) p 26-33
    Locatie: De waterput is gevonden in de Dorpsstraat ter hoogte van C1000 en is opgesteld in het depot van het Kijk- en Luistermuseum.

  3. 1100

    Oude Kerk
    Bij de herinrichting van de Oude of St. Alexanderkerk in 2006 kwamen geheel onverwacht resten van een vroegere Romaanse kerk tevoorschijn.
    Resten van een muur en van een fundering, die in tufsteenblokken was uitgevoerd.
    Deze resten werden door de bouwhistoricus H.F.G. Hundertmark gedateerd in de 11e, begin 12e eeuw.
    Dit bouwmateriaal, tufsteen, is afkomstig uit de Eifel, een gebergte dat ten zuiden van Keulen, tussen de Rijn en de Moezel ligt.
    Tot omstreeks 1200, toen de baksteen in gebruik kwam, was tufsteen de meest gangbare steen.
    Het was maar een eenvoudige kerk, zoals in bijgaande bouwtekening is te zien.
    Maar de kerk was wel van steen, waarschijnlijk het enige stenen gebouw in de omgeving.
    Bron:
    Jan R.F. Heine, Een baken in de tijd (2007) p.15-18
    Locatie: De resten zijn te zien onder een glasplaat rechts achter in de kerk

  4. 1301
  5. Kasteel Harselo
    Van het kasteel resteert thans alleen nog een deel van het Poortgebouw.
    De oudste vermelding van het kasteel dateert van 1301.
    Harselo had o.a. een verdedigingsfunctie tegenover de bisschop van Utrecht.
    De invloed van de graaf van Gelre, die langdurig verwikkeld was in een strijd met de bisschop, was duidelijk aanwezig.
    Was het gebouw aanvankelijk waarschijnlijk van hout opgetrokken met poort, torens en gracht; later uitgebreid tot een groter stenen complex. Het kasteel is in 1814 afgebroken.
    Van één van de bewoners ervan, Arend toe Boecop van Harselo, is nog een grafsteen bewaard, die nu in de Oude of St.Alexanderkerk na de herinrichting in 2006 tevoorschijn gekomen is. De steen is gedateerd 1548.
    Bron:
    Wim Angenent, Kasteel Harselo, verdwenen, maar niet vergeten. De Kostersteen nr. 91, (2005) p.1-8
    Locatie: in omgeving van Harsloweg 5
  6. 1325
  7. Kasteel Hoekelum
    In de 14e eeuw was Hoekelum, evenals Harselo, nog een echt kasteel. De stenen toren, omringd door een gracht, wijst op een verdedigingsfunctie. Wanneer Cornelis Pronck in 1731 een tekening van Hoekelum maakt, blijkt de woontoren een aanzienlijk huis geworden. Hoekelum zou nog vele malen verbouwd worden. Kort nadat Pronck zijn tekening had gemaakt, is Hoekelum bijna geheel opnieuw gebouwd, de voorgevel is nu op het westen georiënteerd. Tegen het eind van de 18e eeuw is de aanblik nog deftiger geworden door een uitbouw met timpaan en een ronde topgevel onder het torentje. In 1917 wordt het kasteel vrijwel geheel afgebroken, alleen de kelder en de zaal die uit 1325 dateren blijven bewaard. Alvorens hiertoe over te gaan had baron van Wassenaer het advies gevraagd aan de bekende architect J.Cuypers. Deze achtte de cultuurhistorische waarde van het oude Hoekelum gering, een oordeel dat werd gedeeld door de toenmalige Rijkscommissie voor Monumentenbeschrijving.
    Bron:
    Ad Nooij, Bos en heide, eigenaren en gebruikers, in: Dit is Bennekom, verleden, heden en toekomst van een bijzonder dorp (2006) p..55-69
    Locatie: Edeseweg 124
  8. 1524
  9. Kraagsteen
    Kraagstenen zijn stenen die, meestal tegen een pilaar geplaatst, dienen om de ribben van de gewelven te dragen.
    Eén van die stenen is in de kerk versierd met een gebeeldhouwd jaartal. En wel het jaar 1542 in Romeinse cijfers.
    Het jaar waarin de kerk een sterke uitbreiding zou ondergaan.
    Maar in plaats van uitbouw naar een bedoelde grote kruiskerk, volgde een bouwstop.
    Waarom? Mogelijk speelde de poltieke situatie een rol. Door de Staten van Gelderland werd Willem van Gulik in 1538 als opvolger van de overleden Karel van Egmont aangewezen.
    In de tijd van het Gulikse bewind heeft Arent Toe Boecop van Harselo zitting in de Gelderse Staten namens de Ridderschap. En wellicht heeft dat ertoe bijgedragen om tot de prestigieuse uitbreiding van de kerk te besluiten.
    Maar het politieke leven van Willem van Gulik loopt ten einde bij zijn strijd met keizer Karel V en moet in 1543 het “Tractaat van Venlo“ tekenen. Daarbij moet hij het hertogdom Gelre afstaan aan de keizer. Ook de rol van Arent Toe Boecop van Harselo is dan uitgespeeld. De grote inspirator van het bouwplan van de Sint Alexanderkerk.
    Bron:
    Jan R.F.Heine, Een baken in de tijd, (2007) p.29-33
    Locatie: Eerste pilaar links in de kerk
  10. 1693
  11. Klepperman Ansink
    Omdat in Bennekom aanvankelijk nog geen klok in de toren aanwezig was, moest bij brandgevaar de bevolking door middel van “blasinghe eens hoorns” worden opgeroepen om te blussen. De Bennekomse toren kreeg in 1613 haar eerste luidklok.
    Gezien het algemeen belang werd in 1693 door de buurtschap een dienaar aangesteld als nachtwaker en klepperman. Bij brand moest hij waarschuwen met een klepper, een eikenhouten plank met een houten hamer.
    De laatste klepperman in Bennekom was Herman Ansink, die in 1924 eervol werd ontslagen en wiens klepper in het Kijk- en Luister-museum wordt bewaard.
    De foto van klepperman Ansink is beschikbaar gesteld door Henk van Amerongen.
    Bron:
    Joop Zijlstra, Brandweer in Bennekom, De Kostersteen nr 9
    Locatie: klepper in het depot van het Kijk- en Luistermuseum
  12. 1700
  13. Kasteel Nergena
    De naam Nergena wordt al in 1292 genoemd. Dan treedt Gijsbert van Dolre in bij de Orde van St. Jan en verpandt bij die gelegenheid het gebied rond Nergena aan deze orde.
    Over het kasteel Nergena is niet zo veel bekend; gebouwd eind 17e eeuw. In 1731 wordt door de bekende tekenaar Cornelis Pronck het kasteel of herenhuis afgebeeld.
    Ergens rond 1815 is het kasteel afgebroken. De restanten zijn volgens een oude wandelgids van 1902 nog zichtbaar.
    Dat het kasteel verloren is gegaan heeft wellicht te maken met de teloorgang van de adel en daarmee het grootgrondbezit en haar bestuurlijke macht bij het begin van de Bataafse Republiek.
    Bron:
    Ad Nooij. Het langgoed Nergena. De Kostersteen, nr109 (2009) p.4-14
    Locatie: het voormalige kasteel is ongeveer gesitueerd bij Langesteeg 21
  14. 1828
  15. Begraafplaats
    Van oudsher vonden de doden hun laatste rustplaats in en om de kerk. Totdat begraven in de kerk in 1826 als onhygiënisch werd bevonden en uitbreiding van kerkhoven in de dorps- en stadskernen als ongewenst werd bestempeld. Daarmee raakte de kerk de controle over de begraafplaatsen kwijt en werd de aanleg van gemeentelijke begraafplaatsen algemeen. Zo ook wordt in 1828 besloten voor de 5 dorpen van de gemeente Ede. Dat gaf protest. Ook van de kerk, want die raakte daarmee controle en inkomsten kwijt.Aanvankelijk verkreeg de gemeente de grond in erfpacht, maar in 1854 wordt tot aankoop besloten. Een belangrijke plaats wordt ingeruimd voor de familie Van Wassenaer. Ook bekend is de grafkelder van de familie Prins, de enige burgemeester van Bennekom. Het graf wordt gesierd met een grote witte engel.In 1991 wordt een werkgroep Behoud Begraafplaats Bennekom gevormd, die letterlijk en figuurlijk bergen werk heeft verzet en daarvoor terecht een culturele prijs heeft verkregen. Zie ook de website van deze werkgroep.
    Bron:
    C.A. Heitink, Begraven in Bennekom, De Kostersteen nr 34 (1990) p 7-11. In de daarop volgende nummers wordt op dit beginverhaal voortgeborduurd
    Locatie: Kerkhoflaan
  16. 1868
  17. G.J. Mulder
    Gerardus Johannes Mulder (1802-1880) was een van de belangrijkste wetenschappers uit die periode. Hij was de ontdekker van de eiwitten en zou daar zeker de Nobelprijs voor gekregen hebben als die toen had bestaan.
    Hij was hoogleraar scheikunde, onderzocht plantaardige en dierlijke eiwitten, was gemeenteraadslid in Utrecht en stichter van allerlei verenigingen van maatschappelijk belang. Politiek een pleitbezorger voor een sterk koninklijk gezag en tegen het liberalisme van Thorbecke. Zijn vriend Nicolaas Beets dichtte een ode ‘Aan den Hoogleeraar G.J. Mulder ‘
    Om gezondheidsredenen nam hij in Utrecht ontslag als hoogleraar en ging in 1868 in Bennekom wonen, een spoor van verbroken relaties achterlatend.
    Vanuit villa Oud Vossenhol, bracht hij somber en bijna blind, zijn laatste jaren door.
    Bron:
    Bert Lever en Arno van der Valk, Bennekom te boek; Sporen van Bennekom in oude en nieuwe boeken, (2009 ) p.31-3
    Locatie: op de plaats van het huidige Oud Vossenhol, Edeseweg
  18. 1873
  19. Villa Erica
    Door de aanleg van de spoorlijn Arnhem – Amsterdam in 1845 werd Bennekom beter bereikbaar. En daarmee werd het dorp ook
    aantrekkelijk voor kapitaalkrachtige lieden uit het westen om hier te gaan wonen.
    Deze migratie werd nog versterkt toen Bennekom in 1882 een directe verbinding kreeg met de genoemde spoorweg door middel van een tramlijn lopend van Ede naar Wageningen. Het is ook in die periode dat ene Hendrik Willem Dros, fabrikant te Alphen a/d Rijn zijn oog laat vallen op een stuk grond gelegen direct buiten de dorpskern. Hij koopt het van de familie Folmer en laat er in 1873 de villa Erica bouwen, compleet met stallen, koetshuis, kassen en een oranjerie. Dros wordt in 1874 aangeslagen voor de ‘hoofdelijke omslag’, waaruit blijkt dat hij de op twee na meest vermogende persoon van Bennekom is.
    De familie blijft er tot 1898 wonen, in dat jaar wordt het verkocht aan Insinger, die het in 1909 verkoopt aan Brants. De totale omvang van het terrein is intussen bijna 7 ha.
    In 1954 wordt alles verkocht; een gedeelte ervan aan de Coöperatieve Woonvereniging Erica, die er 51 bejaardenwoningen laat bouwen. Het huis Erica staat op de gemeentelijke monumentenlijst.
    Bron:
    Piet Smit en Margreet Smit-van Rooijen, Van Buitenplaats tot Woonpark, De Kostersteen nr 80 (2002) p 1-28
    Locatie: Ericpark 1
  20. 1881
  21. Stoomtram
    Rond 1870 begon de stad Wageningen flink uit te breiden. Tevens werd hier in 1876 de Rijkslandbouwschool gevestigd. Al met al voldoende reden om te onderzoeken of een railverbinding met Ede tot stand kon worden gebracht. Daartoe werd in 1881 besloten.
    Voor het gehele traject Ede-Wageningen (25 minuten gaans) kost een enkele rit 1e klasse 40 centen, de 2e klasse kost 20 centen per tramreiziger. In het dorp Bennekom mocht slechts “met matige gang” gereden worden, gedeeltelijk zelfs stapvoets, de conducteur liep daar met een vlag voor de tram uit. De tram kreeg de naam Bello.
    Aanvankelijk werden alleen de 1e klas rijtuigen verwarmd, en wel met stoven, later werden alle rijtuigen verwarmd met een potkacheltje.
    Door concurrentie met de bus, stopt het personenvervoer in 1937; de laatste goederentrein rijdt in 1968.
    Bron:
    F.G. van Oort. In de kaart gekeken nr 7 De Kostersteen 45 (1993) p.6-21.
    In 2008 is er een special verschenen: De tram rijdt weer, van Kees Heitink en Gert Jan Koster.

    Locatie: midden in de Dorpsstraat staat het boertje nog te wachten
  22. 1887
  23. Kerkstrijd
    De inwoners van Bennekom waren in 1887 in grote meerderheid (circa 98%) hervormd. Maar met de predikant ds. E. Eisma, die hier in 1883 zijn intrede had gedaan, werd met de voltallige kerkenraad op 14 februari1887 besloten het ‘synodale juk’ af te werpen. Daarop werd door het classicaal bestuur onmiddelijk gereageerd: predikant en kerkenraad werden uit hun ambt gezet. De kerkvoogden keuren dit op één na af en vinden dat ds. Eisma de beschikking moet houden over pastorie en kerkgebouw. Die éne is de president-kerkvoogd W.E.J. Baron van Wassenaer.
    Nadat aan een door het classicaal bestuur toegewezen predikant de toegang werd geweigerd volgde een vonnis om die toegang desnoods met de sterke arm af te dwingen. Per telegram vraagt de gemeentelijke overheid om hulp. Die krijgt ze op 19 juni 1887. Met 37 militairen en een tiental rijksveldwachters worden de ‘dolerenden’ (gereformeerden) gedwongen de kerk te ontruimen en zetten hun ‘hagepreek’ in de tuin van de pastorie voort.
    Bron:
    drs. C.A. Heitink, Van Woelingen en Samenspraak, (1987), p.11-21
  24. 1894
  25. Ziekenhuis Bethanië
    Sinds voorjaar 1894 bezit Bennekom een ziekenhuis. Dat is gesticht door de mildheid van de dames Prins, kleindochters van Th. Prins, burgemeester van Bennekom (van 1812-1818) en dochters van H.T.Prins, schout en burgemeester van Ede.
    In 1917 wordt het ziekenhuis “om niet” overgedragen aan de orde van Sint Jan (Johanniter orde). Het wordt dan officieel geopend door prins Hendrik, commandeur van de orde.
    Door behoefte aan uitbreiding werd in 1937 de villa “Oud Vossenhol” aangekocht, een huis met 15 kamers en 30 bedden. Doordat ook dat huis in 1938 geheel bezet was, moesten enige patiënten weer in “Bethanië“ opgenomen worden.
    Tot 1957 heeft “Oud Vossenhol” nog dienst gedaan als ziekenhuis, toen werd namelijk het Prot. Chr. Streekziekenhuis betrokken (tot 2000).
    Bron:
    H. Gijsbertsen. 1894-1994, 100 jaar ziekenverzorging in Bennekom, De Kostersteen 48 (1994) p.3-16
    Locatie: het gebouw stond rechts van Gall&Gall, Dorpsstraat 35
  26. 1898
  27. Heinrich Witte
    De plantenkenner en promotor van Bennekom Heinrich Witte (1829-1917) is hier in 1898 komen wonen.
    Voordien had hij al vaker gelogeerd in huis Erica. Jarenlang woonde hij in de villa Linnæa, nu Uyteneng, aan de Edeseweg.
    Zijn publicistische en organisatorische activiteiten zette hij vanuit Bennekom onverdroten voort. Zo droeg hij in 1901 in een drietal uitvoerige populaire verhalen over Bennekom en omgeving bij aan het toen bekende blad Eigen Haard.
    Met zijn artikelen heeft hij flink bijgedragen aan het op de toeristische kaart zetten van Bennekom.
    Bron:
    Bert Lever en Arno van der Valk, Bennekom te boek, Sporen van Bennekom in oude en nieuwe boeken (2009) p.43-48 en p.63-68.
    Locatie: Edeseweg 51
  28. 1907
  29. Ds. J.P. Paauwe
    Dominee Paauwe (1872-1956) was sinds 1907 voorganger bij de Hervormde gemeente in Bennekom, maar kwam in conflict met het kerkbestuur over de inschrijving van in zijn ogen vrijzinnige doopleden, die elders belijdenis deden. In 1914 leidde dit tot zijn schorsing en later afzetting, maar hij bleef preken. Aanvankelijk op enkele particuliere adressen, maar uiteindelijk werden de diensten gehouden in de Kerkheuvel, de door aannemer Mekking en landbouwer Floor gebouwde noodkerk op de hoek van de Schoolstraat en de Prins Bernhardlaan. Het is in gebruik gebleven tot 1945. Daarna werden vanwege de grote toeloop de bijeenkomsten gehouden in het Verenigingsgebouw, nu het Kijk- en Luistermuseum. Soms kwamen er wel 700 toehoorders uit de wijde omgeving op de bijeenkomsten af. De vader van de bekende schrijver Jan Siebelink, bezocht regelmatig deze diensten.
    Bron:
    Bert Lever en Arno van der Valk, Bennekom te boek; Sporen van Bennekom in oude en nieuwe boeken,( 2009 )p. 9-83
    Locatie: de noodkerk staat op Prins Bernardlaan 2 (nu kapsalon)
  30. 1921
  31. Landbouwbelang
    Bij vele oudere Bennekommers is de Coöperatieve Aankoopvereniging Landbouwbelang bekend als de ‘Boerenbond’. Deze werd in 1901 opgericht en heeft in 1921 een eigen malerij in gebruik genomen voor het vervaardigen van veevoeders. Doel van de coöperatie van de boeren was om gezamenlijk inkopen te doen en zo de handelaar wat uit te schakelen. Het totale complex van Landbouwbelang aan de Acacialaan is in 1979 afgebroken. Daarbij is de gedenksteen gespaard, met daarop de naam van de stuwende kracht, de heer. L.C. Dijxhoorn. De steen is destijds gelegd door de heer K.G.W. Baron van Wassenaer, onder meer voorzitter van de raad van commissarissen. De steen bevindt zich in het Kijk- en Luistermuseum.
    Als organisatie is de Boerenbond door fusies opgegaan in de huidige AgruniekRijnvallei in Wageningen
    Bron:
    Henk Tip, Landbouwbelang: De Bennekomse Boerenbond. De Kostersteen nr. 98 (2006) p 12-16.
    Locatie: De steen is in het depot van het Kijk- en Luistermuseum, het gebouw stond aan de Acacialaan
  32. 1928
  33. Sportvereniging DOS
    De oudste sportvereniging in Bennekom is opgericht in 1928. De naam betekent Door Oefening Sterk. De lessen worden op zaterdagmiddag gegeven in de openbare school in de Schoolstraat. Men begon met 31 kinderen en 32 ouderen. Problemen waren er al snel een tekort aan oefenleiders en aan mensen die de bestuursfuncties willen aanvaarden. Voeg daarbij alle problemen rond de oorlog, zoals het op de bon zijn van textiel en schoenen, dan verbaast het dat in 1947 de vereniging toch al meer dan 250 leden telt.
    Bron:
    Marius Aartsen, DOS, een verhaal over de oudste sportvereniging in Bennekom. De Kostersteen nr 99 (2007) p.1-7 Vervolg: de nummers 103 en 110.
    Locatie: het voormalige kasteel is ongeveer gesitueerd bij Langesteeg 21
  34. 1930
  35. Dick Ket
    Dirk Hendrik Ket (1902-1940) werd geboren in Den Helder. Als hartpatiënt met fobieën leidde Dick Ket een geïsoleerd bestaan. In 1930 verhuisde hij met zijn ouders van Ede naar een zelfontworpen huis aan de (nu) Prins Berhardlaan 61 in Bennekom. Dit huis is tekenend voor Kets voorkeur voor moderne, zakelijke architectuur. Bovendien weerspiegelt de bunkerachtige bouw ook Kets neiging zich in een vesting te willen terugtrekken. De schrijfster Agnes Maas-Van der Moer (1888-1975) lukte het die vesting te openen, hij logeerde in 1936 enkele dagen bij haar op villa Antoinette (Heelsumseweg 16). Via een intensieve briefwisseling onderhield hij ook het contact met zijn verloofde Nel Schilt (1898-1994).
    Tussen 1930 en 1940 schilderde hij in Bennekom zijn belangrijkste werken, vooral stillevens, die op een moeizame manier tot stand kwamen. Een aantal van zijn werken is te zien in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem.
    Op 15 september 1940 overleed hij aan zijn hartkwaal. Hij ligt begraven tussen zijn ouders in Bennekom.
    Bron:
    Arno van der Valk en Bert Lever, Dirk Hendrik Ket (1902-1940) Schilder, tekenaar en graficus in: Dit is Bennekom, verleden, heden en toekomst van een bijzonder dorp (2006) p. 177-178.
    Locatie: woning: Pr. Bernhardlaan 61; graf: Afd. 4., vak D, graf 1-4 Begraafplaats Kerkhoflaan
  36. 1933
  37. De Born
    De Born is onlosmakelijk verbonden met de naam van Anna Elizabeth Ribbius Peletier. Zij is in 1891 geboren als dochter in een liberaal welvarend gezin; haar vader was sigarenfabrikant in Utrecht. Zij studeerde rechten en promoveerde in 1920 cum laude. In 1922 werd zij adjunct-directrice van een school voor maatschappelijk werk, spoedig daarna werd zij lid van de SDAP. Vanaf 1926 organiseerde zij zomercursussen voor vrouwen. In 1930 kocht zij grond in Bennekom om daar uit idealistische motieven het huis De Born te stichten, een studie- en vakantieoord voor arbeidersvrouwen, dat in 1933 kon worden geopend. De architectuur moest er mede toe bijdragen dat generaties vrouwen er “leerden fier rechtop te staan”.
    In 1992 werd het gesloten omdat het vrouwelijke emancipatie-ideaal een andere inhoud kreeg. Bijna het gehele gebied dat zij in de jaren dertig had verworven, schonk Ribbius Peletier in 1968 aan Natuurmonumenten, die het enkele jaren later overdroeg aan Staatsbosbeheer. In 1989 is zij overleden.
    Bron:
    Ad Nooij De Born in: Dit is Bennekom, verleden, heden en toekomst van een bijzonder dorp (2006) p.194-195.
    Locatie: Bornseweg 12
  38. 1943
  39. Vliegtuigcrash

    Op 11 november 1943 stort in de Kraats een Amerikaans vliegtuig neer. Neergeschoten door Duitse jagers. De piloot bleek de 28 jarige Amerikaanse luitenant Dolor Alfred Martin te zijn. Hij overleeft de crash niet. Hij wordt in Ede begraven, maar na een aantal jaren herbegraven in Amerika.
    Op 11 november 2003 vindt de onthulling van een gedenkteken plaats. Zijn zoon Stuart D. Martin, die op het moment van de crash nog niet een jaar oud was, was hierbij aanwezig. Het gedenkteken is geplaatst aan de Krommesteeg.
    Bron:
    Walther Prinze, De crash van Dolor A. Martin, De Kostersteen, nr.92,(2005) p. 1-6
    Locatie: Het gedenkteken staat op de hoek Krommesteeg – Harnsedijkje
  40. 1943
  41. Joannes Reddingius
    De dichter Joannes Reddingius (1873-1944) bracht noodgedwongen zijn levensavond in Bennekom door: hij werd in mei 1943 geëvacueerd uit Den Haag. Hij was geboren in Deurne, waar zijn vader hervormd predikant was.
    In Amsterdam en Hilversum hield hij zich bezig met de boekhandel. Daar schreef hij verschillende dichtbundels. Later trok hij zich terug uit het zakenleven en verhuisde naar Den Haag.
    In mei 1943 werd hij gedwongen Den Haag te verlaten en ging in Bennekom wonen in het huis Nassaulaan 34. Daar heeft hij de dichtkunst weer opgepakt. In Bennekom is hij gestorven en ook begraven.
    Bron:
    Bert Lever en Arno van der Valk, Bennekom te boek, Sporen van Bennekom in oude en nieuwe boeken (2009) p.120-124
    Locatie: woning: Nassaulaan 34; graf: op het “nieuwe gedeelte” van de begraafplaats
  42. 1944
  43. Evacuatie van Bennekom
    Na de operatie Market Garden moesten de geallieerden zich terugtrekken beneden de Rijn. Op 28 september 1944 kregen de inwoners van Arnhem en naburige westelijke gemeenten bevel te vertrekken. Dat gold ook voor Wageningen. De Wageningers gingen voor een groot deel naar de buurgemeente Bennekom. Ook het oostelijk deel van Bennekom (ten oosten van de Selterskampweg) moest evacueren. Zij zochten voor een deel hun toevlucht tot de dorpsgenoten ten westen van de Selterskampweg. Voor dat deel van Bennekom was de ‘vrijheid’ nog maar voor korte duur. Ook zij moesten een maand later (op 20 oktober) hun huizen verlaten, hoofdzakelijk naar Ede. Van daaruit ging men af en toe naar huis om te zien wat er na de granaat- en V-1 beschietingen en de diefstal nog van over was. Sommige huizen moesten verdwijnen om de Duitsers vrij schootsveld te geven. Het ‘Behouden Huys’ bleef daarbij gespaard. De toegang tot het spergebied werd vanaf februari 1945 streng gecontroleerd.
    Op 17 april 1945 wordt Bennekom bevrijd, zij het dat dit voor het westelijk deel van de Vallei pas op 9 mei geldt. Gezien de chaotische situatie konden de evacués pas vanaf 10 mei terugkeren.Bron:
    Ad Nooij, Bennekom na de evacuatie in oktober 1944, verteld door ooggetuigen. De Kostersteen nr. 96 p.4-18
    Locatie: Behouden Huys, Edeseweg 91
  44. 1944
  45. Explosie molen “Onze Rika”
    Iets ten noorden van de kruising van de Molenstraat met de Commandeursweg stond de molen “Onze Rika”. Deze molen werd in de oorlog gebruikt als opslagplaats voor munitie. Op 23 november 1944 is hij ontploft. Er waren veel slachtoffers, de schattingen lopen uiteen van 80-100. Alle doden vielen aan de Duitse zijde, omdat de Bennekomse bevolking sedert oktober geëvacueerd was. Voor een groot deel zijn zij herbegraven op het Duitse oorlogskerkhof te Ysselstein (L).
    Bij die kruising staat de Commanderij, voorheen was dit de gereformeerde “School met de Bijbel”, de latere Julianaschool. Tijdens de oorlog is dit schoolgebouw gebruikt als ziekenhuis, waar de slachtoffers van de molen-explosie werden verpleegd. Op de achterzijde van het gebouw is op de gevel nog een rood kruis op witte achtergrond te zien uit die tijd.
    Bron:
    Ad Nooij, Oorlogshandelingen in Bennekom, De Kostersteen nr. 89 (2004) p.25 Meer details in De Kostersteen nr. 62, 58 , 54 en 29.
  46. 1945
  47. Bart van Elst
    Bart van Elst (1917-1945) werd als tweede kind geboren in Bennekom. Zijn ouders hadden een stalhouderij op de plaats waar nu de Lidl is. Opgeleid als timmerman, voelt hij zich meer thuis bij de marechaussee. Hij krijgt verkering met Bep Busser, met wie hij door omstandigheden nooit trouwt.
    In 1942 wordt hij voor de eerste keer gearresteerd en wordt te werk gesteld in Duitsland. Met verlof in Bennekom duikt hij onder. Hij wordt in maart aangehouden en weet daarbij op spectaculaire manier te ontsnappen. Hij verblijft op diverse plekken en houdt zich bezig met verzetswerk. Dat gaat mis in de nacht van 8 op 9 maart 1945 bij een wapendropping in Lunteren. Na verhoor wordt hij overgebracht naar kamp Amersfoort, waar hij standrechtelijk wordt doodgeschoten.
    Kort na de oorlog wordt een herdenkingsplaats op het terrein van de voormalige villa Dorpszicht naar hem genoemd: het Bart van Elst plantsoen. Zijn stoffelijke resten zijn bijgezet in het mausoleum op de Paasberg in Ede.
    Bron:
    Kees Heitink, Bart van Elst – Bennekoms verzetsman, De Kostersteen nr 108 (2009) p 13-19.
    Locatie: Bart van Elstplantsoen
  48. 1946
  49. Max van Hoffen
    Geboren in Utrecht, kwam Max van Hoffen (1911-1955) in 1931 als student aan de Landbouwhogeschool in Bennekom terecht. Het herinneringsboek “Een Veluws dorp”, bevat veel anekdotes over hem; hij was een levensgenieter, maar heeft met zijn werk zeer veel betekend voor de Bennekomse gemeenschap
    Op 8 maart 1946 is bij notaris Fischer de akte gepasseerd van de oprichting van de “Stichting Oud-Bennekom” waarvan hij de eerste voorzitter was. Zijn energieke aanpak bleek bijvoorbeeld toen men op 9 augustus 1945 zou beginnen met de sloop van “Havezathe Boekelo” Toen boekhandelaar A. van Slooten dit aan hem vertelde, kwam Van Hoffen direct in actie en wist het pand te laten plaatsen op de Rijksmonumentenlijst.
    Van Oud-Bennekom is hij voorzitter geweest van 1946 tot 1955, het jaar van zijn plotseling overlijden. Hij is in Bennekom begraven.
    Bron:
    Henk Gijsbertsen, Kroniek 1946-2006 van de Hist. Ver. Oud-Bennekom (2006) p.3-20
    Locatie: Woning De Halve Houtsnip stond in wat nu de Van Hoffenlaan is. Zijn graf is op het oudste gedeeelte van de begraafplaats.
  50. 1946
  51. Historische Vereniging Oud-Bennekom
    Uit de notulen van de eerste bestuursvergadering van Oud-Bennekom blijkt dat die gehouden werd in de huiskamer van de familie Van Slooten op 2 februari 1946.
    Op 8 maart 1946 is bij notaris Fischer de akte gepasseerd van de oprichting van de “Stichting Oud-Bennekom”, daarbij was aanwezig ir Max van Hoffen (zie aldaar).
    In 1961 werd de stichting omgezet in vereniging, waardoor men leden kon werven.
    Oud Bennekom hield zich o.a. bezig met geschiedschrijving van Bennekom, oprichten van een Documentatiecentrum en het behoud van Boekelo (1946), de realisatie van het Kijk en Luistermuseum (1970) en met het behoud van de begraafplaats (1993). Het enthousiasme van de vereniging vindt zijn weerslag in het ledental dat inmiddels ruim de duizend is gepasseerd.
    Bron:
    Henk Gijsbertsen, Kroniek 1946-2006 Hist. Ver. Oud-Bennekom (2006)
  52. 1957
  53. Maria Virgo Regina
    In 1954 kreeg bouwpastoor P. Lutz van de bisschop van Utrecht de opdracht een kerk te bouwen in Bennekom.
    Als architect werd aangetrokken ir. P.H.A. Starmans. Bij het ontwerp is bewust gebroken met de toenmalige neogotische en basilicale traditie. Het gebouw moest het karakter krijgen van een buitenverblijf of een bungalow. Met 270 zitplaatsen is de kerk niet groot, maar het krijgt toch wel allure door het ‘voorgebouw‘. Op 3 november 1957 wordt de kerk plechtig in gebruik genomen.
    Na pastoor Lutz hebben nog 3 pastoors in Bennekom gediend. De laatste was pastoor G. Severt, na zijn vertrek in 1994 is er geen nieuwe pastoor meer beschikbaar.
    Leken-pastores worden zo nodig bijgestaan door pastoors uit de omgeving.
    Bron:
    Ad Nooij. De Rooms-katholieke kerk te Bennekom. De Kostersteen nr 93 (2005) p.8 en p.20-23
    Locatie: kerk Heelsumseweg 1
  54. 1962
  55. Henny Alberts
    Mede dankzij de stuwende kracht van Henny Alberts (1925 – 2005) maakt Ede in de jaren ’70 een ontwikkeling door, waardoor zij uitgroeit tot een belangrijke regiogemeente voor de gehele Zuidwest-Veluwe. Er komen bedrijventerreinen en belangrijke verkeersverbindingen, zoals de tunnel onder de spoorlijn Arnhem-Utrecht, die op initiatief van de directie van de NS naar hem is genoemd.
    Ook voor sociale woningbouw zet hij zich in. Hij is in 1962 gemeenteraadslid geworden, was 22 jaar wethouder en 16 jaar locoburgemeester. Naar zijn werk ging hij vrijwel altijd per fiets.
    In Bennekom was hij o.a. voorzitter van het streekziekenhuis.
    Geen wonder dat deze “doordouwer” werd geridderd in de orde van Oranje Nassau.
    Bron:
    Website Gemeentearchief Ede > Kennisbank
    Locatie: Alberts tunnel onder het spoor
  56. 2000
  57. Einde Prot. Christelijk Streekziekenhuis
    Na Bethanië en Oud Vossenhol werd als derde en grootste locatie op 1 april 1957 het Protestants Christelijk Streekziekenhuis betrokken.
    In de winter 1944/45 waren er al vertegenwoordigers van de ziekenhuizen in Bennekom, Ede, Veenendaal en Wageningen bijeengekomen om te beraadslagen hoe men kon komen tot één neutraal streekziekenhuis. Maar men kon het niet eens worden over de plaats van vestiging en over de identiteit.
    De kerken werden erbij betrokken, evenals de hoofdinspecteur voor de volksgezondheid, met als resultaat dat de keuze viel op Bennekom en dat het ziekenhuis een PC signatuur zou krijgen. De Johanniter Orde stelde het terrein beschikbaar dat het van Baron van Wassenaer had gekregen voor uitbreiding of verplaatsing van het bestaande Johanniterziekenhuis (Oud Vossenhol). Met de bouw werd in 1954 begonnen en het werd officieel geopend in 1957 door Z.K.H. prins Bernhard als landscommandeur van de Johanniter Orde. In het jaar 2000 hebben de vier bovengenoemde gemeenten alsnog een (neutraal) streekziekenhuis “De Gelderse Vallei” in Ede geopend waardoor na 43 jaar het Bennekomse Streekziekenhuis werd gesloten.
    Bron:
    H. Gijsbertsen, 1894-1994, 100 jaar Ziekenverzorging in Bennekom, de Kostersteen nr. 48 (1994) p.3-16
    Locatie: het ziekenhuis stond op het terrein waar nu het Baron van Wassenaerpark wordt gerealiseerd
  58. 2017
X