Familie Lucas

In 1933 werd Hitler de baas in Duitsland. Vanaf dat moment kwamen er in Duitsland steeds meer regels en wetten tegen Joden. Ook Ernst Lucas en zijn vrouw Natalie kregen ermee te maken. Ze woonden in de Duitse stad Leipzig en waren Joods. Omdat ze niet meer gewoon konden leven en werken in Duitsland, besloten ze om naar Nederland te vluchten. In december 1934 kwamen ze in Rotterdam aan. Ze konden er komen wonen en Ernst begon een bedrijf. Iedere week bracht hij tijdschriften rond bij klanten. Het bedrijf liep goed en hij had verschillende jongens in dienst die op bakfietsen de tijdschriften rondbrachten. Na een paar jaar kregen Ernst en Natalie een baby. Op 5 mei 1938 om vijf uur ’s middags werd in het Rotterdamse Bergwegziekenhuis een jongetje geboren. Ze noemden hem Robert.

Verhuizing naar Bennekom
In mei 1940 viel het Duitse leger Nederland binnen en begon in Nederland de oorlog. Vanaf toen kregen de Joden hier ook te maken met allerlei vervelende regels. Duitse vluchtelingen mochten bijvoorbeeld niet meer bij de kust wonen. Het gezin Lucas moest dus weg uit Rotterdam. Van vrienden hadden ze gehoord dat Bennekom een mooi dorp was en dus verhuisden ze daarheen. Op 30 september 1940 gingen ze wonen op de Kerkstraat 14.
In de zomer van 1941 kreeg Ernst een oproep om zich te melden voor een werkkamp. Om hier onderuit te komen kreeg hij van dokter van Omme een flinke dosis laxeertabletten. Hij was er door de pillen zo ellendig aan toe dat hij afgekeurd werd. Na een jaar verhuisden Ernst, Natalie en Robert naar de Hullenberglaan 15. Ook hier zouden ze maar iets meer dan een jaar wonen.

Ondergedoken
Op een avond in november kwam er een politie agent kijken bij het huis van Ernst en Natalie. Hij zag dat het huis verlaten was. Ernst en Natalie waren stiekem ondergedoken bij de familie Loo aan de Alexanderweg 44. Voor de 4-jarige Robert was dit geen goede plek en hij werd ergens anders ondergebracht. Waar precies, weten we niet.
Ruim een jaar lang woonden Ernst en Natalie in het huis van de familie Loo. Overdag kwamen ze nooit beneden. Dat was te gevaarlijk. Bij onraad verstopten ze zich in een grote muurkast op de slaapkamer. ’s Avonds als het donker was, dan liepen ze soms een klein stukje naar het bos vlak achter de woning. Het huis lag in die tijd aan de rand van het bos.

Arrestatie
In maart 1943 werd in Voorburg een jongetje opgepakt. Het was de kleine Robert. Een dag na zijn arrestatie kwam de politie uit Den Haag naar de Alexanderweg in Bennekom. Ze hadden waarschijnlijk gehoord dat de vader en moeder van Robert hier ergens verstopt zaten. De agenten wisten alleen niet precies in welk huis en dus gingen ze alle huizen in de straat af. Dat deden ze met veel geschreeuw. Een buurmeisje werd zo bang dat ze verklapte in welk huis Ernst en Natalie zaten. Toen de politie bij het huis van de familie Loo kwam, schreeuwden ze niet alleen, maar ze sloegen ook dochter Jet Loo en bedreigden haar zelfs met een pistool! Toen kwamen Ernst en Natalie uit hun schuilplaats tevoorschijn en werden ze gearresteerd. De Jodenjagers pikten ook snel al hun geld en sieraden in. Het was de eerste keer dat er in Bennekom Joden werden gearresteerd.

Robert en zijn ouders moesten naar kamp Westerbork. Daar bleven ze bijna vier maanden. Daarna moesten ze in een volle trein naar vernietigingskamp Sobibor. Daar zijn ze alle drie, kort na aankomst, vermoord.

Voor meer informatie zie het boek, klik HIER

X