Lindelaan 16

Familie Rippe

Hessel Rippe, ook wel Henry genoemd, en Jeanette Levison zijn allebei in Rotterdam geboren. Ze trouwen en krijgen twee zoons, Lion en Hans Nico. Ze wonen in Rotterdam. Hessel en Hans Nico voetballen bij voetbalclub Sparta. Maar in de oorlog wordt het leven voor Joden steeds slechter. Op een dag mogen ze ineens geen lid meer zijn van Sparta. En daarna mogen ze ook niet meer in Rotterdam blijven wonen. De familie Rippe vertrekt naar Bennekom en woont daar eerst in een pension. Maar het lijkt ze veiliger om onder te duiken. Jeanette ’s broer, Robert Levison, woont in Ede en heeft een goede baan bij de AKU-fabriek in Arnhem. Hij regelt een onderduikadres voor hen bij een collega van zijn werk.

1942:
Hallo, ik ben Volkert de Wit en ik ben getrouwd met Francijntje. Wij hebben samen 7 kinderen en we wonen aan de Lindelaan 16 in Bennekom. Ik werk bij de Enka-fabriek in Ede en ik kom ook vaak bij de AKU-fabriek in Arnhem. In deze fabrieken maken we kunstvezels. Daar kun je kleren van maken. De Duitse soldaten gebruiken deze stof ook voor hun uniformen. Daarom zijn de Duitsers nog best aardig voor de mensen die in de fabrieken werken.
Op mijn werk kom ik vaak Robert Levison en Jacques Rippe tegen. Op een dag vragen ze mij of ik familie van hen zou willen verstoppen voor de Duitsers. Onderduiken bedoelen ze. Robert heeft een zus die Jeanette heet. Ze is getrouwd met Hessel Rippe, een neef van Jacques. Jeanette en Hessel hebben twee zoons Lion (16 jaar) en Hans-Nico (13). Nou, de volgende avond trekken ze al bij ons in. Ze wonen op zolder. Het is er erg klein en warm en muffig. Het is niet zo’n goede plek voor vier mensen, dus ik heb Anton Lely van de AKU gevraagd of Lion misschien bij hem thuis mag “logeren”. Dat kan en dus is Lion nu in Velp bij de familie Lely. Ze noemen hem daar Geert.

8 Juni 1943:
Hallo, ik ben Henk de Vries. Ik woon in de Lindelaan, in het huis tegenover de familie de Wit. Wat er nu toch gebeurd is in de straat! Buurman de Wit was weg naar de Kraats om eten te halen bij de boeren. Plotseling waren er allemaal Duitsers in de straat. Ik ben snel naar het raam van mijn slaapkamer gegaan en vanachter het gordijn heb ik alles gezien. De Duitsers vielen zomaar het huis van de familie de Wit binnen. Even later joegen ze drie onderduikers naar buiten met gummiknuppels. Ze stopten ze in een overvalwagen. Ook de kinderen van De Wit hebben klappen gekregen. Maar gelukkig zijn die niet meegenomen. De Duitsers zijn nu wel op zoek naar buurman de Wit. Het schijnt dat Gradus van Beek hem snel gewaarschuwd heeft en dat hij zich nu verstopt bij familie.

Hessel, Jeanette en Hans Nico worden door de Duitse politie naar Den Haag gebracht. Daar worden zij lange tijd ondervraagd. Een week later worden ook broer Robert Levison en neef Jacques en zijn gezin opgepakt. Ook zij moeten naar Den Haag en worden er verhoord.
De Duitse politie gebruikt vaak veel geweld bij het ondervragen. Misschien dat iemand daardoor de schuilplaats van Lion in Velp heeft verklapt. Want een week later wordt ook Lion gearresteerd. Anton Lely en zijn vrouw Jo, die Lion in hun huis verstopt hielden, moeten naar kamp Amersfoort.

Juli 1943:
Volkert de Wit:
Na een tijdje ben ik toch terug gegaan naar Bennekom. Dat had ik beter niet kunnen doen want ze hebben me meteen opgepakt. Eerst moest ik naar Den Haag en nu zit ik in Kamp Amersfoort. Net als Anton Lely. Zijn vrouw Jo mocht gelukkig al naar huis. Dat had de AKU geregeld. Ik heb hier in het kamp een taak in de keuken gekregen. En ik ben heel handig in het ‘wegmaken’ van eten. Laatst had ik net een pakje roomboter in mijn zak gestopt en toen werden we gecontroleerd. Staan we daar in de brandende zon en ik met een smeltend pakje boter in mijn zak. Gelukkig hebben ze het niet ontdekt anders was ik meteen naar Duitsland gestuurd! Ook had ik een keer zo’n honger, dat ik een bijna een hele emmer pap heb leeggegeten. Ik leek wel een varken!

1944:
Ze laten mij vrij! En Anton ook. Hoera!! Nou snel terug naar Bennekom naar mijn gezin. Wat zullen ze blij zijn mij weer te zien.

Hessel Rippe , Jeanette Rippe, Hans-Nico en Lion worden vanuit de gevangenis in Den Haag naar Westerbork gebracht. Daar blijven ze maar even en dan moeten ze op transport naar Polen. Ze moeten drie dagen in een goederentrein en komen dan in Sobibor. Vlak na aankomst in kamp Sobibor worden ze allemaal vermoord.
Ook Jacques Rippe en zijn vrouw Rachel en hun drie kinderen worden vermoord. Alleen Robert Levison overleeft de oorlog. Na de oorlog probeert hij zijn verdwenen familieleden terug te vinden. Tevergeefs.

Voor meer informatie zie het boek, klik HIER

X