Een slaaf genaamd Bennekom

Sinds deze zomer zijn de Surinaamse slavenregisters gedigitaliseerd toegankelijk. Hierin staan naar schatting tachtigduizend mensen geregistreerd die tussen 1830 en de afschaffing van de slavernij in 1863, in Suriname in slavernij leefden.

Slaven hadden geen familienamen. Ze hadden alleen een voornaam, bijvoorbeeld Henriëtte of Kwakoe. Als er meer Henriëttes of Kwakoes waren, kwam er vaak wel een ‘achtenaam’ bij: dan wordt het bijvoorbeeld Kwakoe van Maagdenburg (een plantage) of Henriëtte van Van Dijk (een slaveneigenaar). Als een slaaf werd gemanumitteerd (vrijgekocht of vrijgelaten) kreeg hij of zij ook zo’n toevoeging, bijvoorbeeld met de naam van de degene die de manumissie heeft mogelijk gemaakt, meestal de voormalige eigenaar. De slavin Lucia, bijvoorbeeld, heette nadat ze was vrijgemaakt door haar eigenaar Buttner voortaan Lucia van Buttner.

Afschaffing slavernij
Slaveneigenaren moesten de mensen die in hun bezit waren laten registreren, met vermelding van naam, geboortedatum en de naam van de moeder en informatie over geboorte, overlijden, vrijlating, verkoop en andere informatie die belangrijk was voor de status en waarde van mensen in slavernij. In 1863 kregen alle eigenaren een vergoeding ter compensatie van de afschaffing van de slavernij.

Op dat moment komt Henriette Wilhelmina Bennekom voor in het slavenregister. De 47-jarige huismeid van Hendrika Christina Antoinette Reijke uit Paramaribo. Haar slavennaam was Henriette, maar op 21 oktober 1839 was haar manumissienaam al Bennekom. Zij was de moeder van twee zonen en twee dochters die alleen de familienaam Bennekom dragen. Ze was lid van de Evangelische Broedergemeente.
Waarom kreeg Henriette de naam Bennekom? Was er een plantage genaamd Bennekom. Dat blijkt niet uit het plantageregister. Was er relatie tussen haar eigenaresse en Bennekom? Opmerkelijk is dat de man van Henriette eigenaresse, Francois Philemo Bouguenon vier slaven had met de familienaam Ede. Wie zoekt het uit?

X